Italiaans · naamwoord

la stagione

het seizoen

met lidwoordnaamwoorden · set 90

Voorbeeldzinnen

L'autunno è la mia stagione preferita.
De herfst is mijn favoriete seizoen.
In questa stagione piove spesso.
In dit seizoen regent het vaak.
Le stagioni cambiano ogni tre mesi.
De seizoenen wisselen elke drie maanden.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la stagione. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la stagione voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la stagione in ripiti