Italiaans · uitdrukking

fare la spesa

boodschappen doen

uitdrukkingen · set 11

Voorbeeldzinnen

Sabato mattina faccio la spesa al mercato.
Zaterdagochtend doe ik boodschappen op de markt.
Devo fare la spesa: il frigo è vuoto.
Ik moet boodschappen doen: de koelkast is leeg.
Chi fa la spesa questa settimana?
Wie doet deze week de boodschappen?

Onthoud fare la spesa voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen fare la spesa in ripiti