L'insegnante tiene conto dei progressi degli studenti.
De docent houdt rekening met de vooruitgang van de studenten.
Tieni conto del tempo: il viaggio è lungo.
Houd rekening met de tijd: de reis is lang.
Onthoud tenere conto di voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.