Italiaans · werkwoord

abitare

wonen

werkwoorden · set 9

Voorbeeldzinnen

Abito vicino alla stazione.
Ik woon dicht bij het station.
Ha abitato a Torino per anni.
Hij heeft jarenlang in Turijn gewoond.
Abiteremo al terzo piano.
We gaan op de derde verdieping wonen.

Ook goed

vivereleven

Op de kaart “wonen” keurt ripiti ook vivere goed. Andersom niet: bij vivere is abitare geen goed antwoord.

Onthoud abitare voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen abitare in ripiti