Italiaans · werkwoord

appartenere a

toebehoren aan, behoren tot

met vast voorzetselwerkwoorden · set 29

Voorbeeldzinnen

Questa casa appartiene a mia zia.
Dit huis behoort toe aan mijn tante.
È appartenuto a un re.
Het heeft aan een koning toebehoord.
Non apparterrà a nessuno.
Het zal aan niemand toebehoren.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: appartenere a, niet appartenere.

Onthoud appartenere a voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen appartenere a in ripiti