Italiaans · werkwoord

giocare a

spelen (spel of sport)

met vast voorzetselwerkwoorden · set 66

Voorbeeldzinnen

Gioco a calcio ogni sabato.
Ik speel elke zaterdag voetbal.
Abbiamo giocato a carte.
We hebben kaartgespeeld.
Giocheremo a tennis domani.
We zullen morgen tennissen.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: giocare a, niet giocare.

Onthoud giocare a voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen giocare a in ripiti