Spaans · naamwoord

el plazo

de termijn

met lidwoordnaamwoorden · set 50

Voorbeeldzinnen

El plazo termina el viernes.
De termijn loopt vrijdag af.
Pagamos la casa a plazos.
We betalen het huis in termijnen.
Necesito un plazo más largo.
Ik heb een langere termijn nodig.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el plazo. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el plazo voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el plazo in ripiti