Spaans · naamwoord

la temporada

het seizoen

met lidwoordnaamwoorden · set 50

Voorbeeldzinnen

La temporada de lluvias empieza en junio.
Het regenseizoen begint in juni.
El hotel cierra fuera de temporada.
Het hotel sluit buiten het seizoen.
Fue la mejor temporada del equipo.
Het was het beste seizoen van het team.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la temporada. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la temporada voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la temporada in ripiti