Spaans · naamwoord

el trozo

het stuk (deel), het stukje

met lidwoordnaamwoorden · set 54

Voorbeeldzinnen

¿Quieres un trozo de tarta?
Wil je een stuk taart?
Cortó el pan en trozos pequeños.
Ze sneed het brood in kleine stukjes.
Encontré un trozo de cristal en el suelo.
Ik vond een stukje glas op de grond.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el trozo. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el trozo voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el trozo in ripiti