Spaans · werkwoord

jugar a

spelen (spel of sport)

met vast voorzetselwerkwoorden · set 66

Voorbeeldzinnen

Los niños juegan a las cartas.
De kinderen spelen een kaartspel.
Ayer jugamos a videojuegos toda la tarde.
Gisteren speelden we de hele middag videospelletjes.
Mañana jugaremos a otro juego.
Morgen spelen we een ander spel.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: jugar a, niet jugar.

Onthoud jugar a voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen jugar a in ripiti