Spaans · werkwoord

servir para

dienen om

met vast voorzetselwerkwoorden · set 66

Voorbeeldzinnen

Esta llave sirve para abrir el garaje.
Deze sleutel dient om de garage te openen.
La caja sirvió para guardar las fotos.
De doos diende om de foto's te bewaren.
Este dinero servirá para pagar el viaje.
Dit geld zal dienen om de reis te betalen.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: servir para, niet servir.

Onthoud servir para voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen servir para in ripiti