Spaans · werkwoord

pasear

wandelen, uitlaten

werkwoorden · set 39

Voorbeeldzinnen

Paseo por el parque cada mañana.
Ik wandel elke ochtend door het park.
Paseamos por el puerto.
We wandelden langs de haven.
Pasearemos después de cenar.
We gaan na het eten wandelen.

Ook goed

caminarwandelen

Op de kaart “wandelen” keurt ripiti ook caminar goed.

Onthoud pasear voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen pasear in ripiti