Spaans · werkwoord

caminar

wandelen

werkwoorden · set 12

Voorbeeldzinnen

Camina muy deprisa.
Hij loopt heel snel.
Caminamos bajo la lluvia.
We wandelden in de regen.
Caminaremos por la playa.
We wandelen langs het strand.

Ook goed

pasearwandelen

Op de kaart “wandelen” keurt ripiti ook pasear goed.

Onthoud caminar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen caminar in ripiti