Spaans · werkwoord
viajar
reizen
werkwoorden · set 12
Voorbeeldzinnen
Viaja mucho por trabajo.
Hij reist veel voor zijn werk.
Viajé solo por primera vez.
Ik reisde voor het eerst alleen.
Viajaremos a Perú en marzo.
We reizen in maart naar Peru.
Onthoud viajar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen viajar in ripiti