Spaans · werkwoord

planear

plannen, zweven

werkwoorden · set 49

Voorbeeldzinnen

Planea un viaje largo.
Hij plant een lange reis.
Planearon la sorpresa entre todos.
Ze planden de verrassing met z'n allen.
Planearemos la ruta esta noche.
We plannen vanavond de route.

Onthoud planear voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen planear in ripiti