Spaans · werkwoord
practicar
beoefenen, oefenen
werkwoorden · set 49
Voorbeeldzinnen
Practica la pronunciación a diario.
Ze oefent dagelijks de uitspraak.
Practicamos el diálogo en clase.
We oefenden de dialoog in de klas.
Practicaremos antes del examen.
We oefenen voor het examen.
Onthoud practicar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen practicar in ripiti