Dutch · verb

beginnen

to begin, to start

● irregularverbs · set 4

Example sentences

De les begint elke dag om negen uur.
The lesson begins every day at nine o'clock.
Gisteren is de vergadering iets later begonnen.
Yesterday the meeting began a bit later.
Morgen zullen we vroeg met de verhuizing beginnen.
Tomorrow we will begin the move early.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikbeginbegonben begonnen
jijbegintbegonbent begonnen
hij / zijbegintbegonis begonnen
wijbeginnenbegonnenzijn begonnen
julliebeginnenbegonnenzijn begonnen
zijbeginnenbegonnenzijn begonnen
past participle begonnen
imperative begin

Remember beginnen for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise beginnen in ripiti