Dutch · verb

heten

to be called

● irregularverbs · set 4

Example sentences

Mijn buurman heet eigenlijk helemaal geen Piet.
My neighbor is actually not called Piet at all.
Vroeger heette deze straat nog anders.
In the past this street was called something else.
Het nieuwe bedrijf zal Zonnewind gaan heten.
The new company will be called Zonnewind.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikheetheetteheb geheten
jijheetheettehebt geheten
hij / zijheetheetteheeft geheten
wijhetenheettenhebben geheten
julliehetenheettenhebben geheten
zijhetenheettenhebben geheten
past participle geheten
imperative heet

Remember heten for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise heten in ripiti