Dutch · verb

maken

to make

regularverbs · set 2

Example sentences

Zij maakt elke ochtend vers brood voor iedereen.
She makes fresh bread for everyone every morning.
We hebben gisteren een lange wandeling gemaakt.
We took a long walk yesterday.
Morgen ga ik een nieuwe planning maken.
Tomorrow I am going to make a new schedule.

Also accepted

klaarmakento prepare (food)

On the card “to make”, ripiti also accepts klaarmaken. Not the other way round: for klaarmaken, maken is not accepted.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikmaakmaakteheb gemaakt
jijmaaktmaaktehebt gemaakt
hij / zijmaaktmaakteheeft gemaakt
wijmakenmaaktenhebben gemaakt
julliemakenmaaktenhebben gemaakt
zijmakenmaaktenhebben gemaakt
past participle gemaakt
imperative maak

Remember maken for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise maken in ripiti