Dutch · verb

zeggen

to say

● irregularverbs · set 2

Example sentences

Ze zegt altijd precies wat ze denkt.
She always says exactly what she thinks.
Hij heeft gisteren niets over het feest gezegd.
Yesterday he said nothing about the party.
Ik zal het haar morgen persoonlijk zeggen.
I will tell her personally tomorrow.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikzegzeiheb gezegd
jijzegtzeihebt gezegd
hij / zijzegtzeiheeft gezegd
wijzeggenzeidenhebben gezegd
julliezeggenzeidenhebben gezegd
zijzeggenzeidenhebben gezegd
past participle gezegd
imperative zeg

Remember zeggen for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise zeggen in ripiti