Dutch · verb

worden

to become

● irregularverbs · set 1

Example sentences

Hij wordt elk jaar een beetje wijzer.
He becomes a bit wiser every year.
Ze werd vorige maand drieëndertig jaar oud.
She turned thirty-three last month.
Hij zal binnenkort directeur van het bedrijf worden.
He will soon become director of the company.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikwordwerdben geworden
jijwordtwerdbent geworden
hij / zijwordtwerdis geworden
wijwordenwerdenzijn geworden
julliewordenwerdenzijn geworden
zijwordenwerdenzijn geworden
past participle geworden
imperative word

Remember worden for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise worden in ripiti