Dutch · verb

zijn

to be

● irregularverbs · set 1

Example sentences

Zij is elke dag heel vrolijk op haar werk.
She is very cheerful at work every day.
Vorig jaar was hij nog leraar op die school.
Last year he was still a teacher at that school.
Morgen zal het waarschijnlijk erg druk zijn.
Tomorrow it will probably be very busy.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikbenwasben geweest
jijbentwasbent geweest
hij / zijiswasis geweest
wijzijnwarenzijn geweest
julliezijnwarenzijn geweest
zijzijnwarenzijn geweest
past participle geweest
imperative wees

Expressions with zijn

Remember zijn for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise zijn in ripiti