Dutch · verb

zitten

to sit

● irregularverbs · set 3

Example sentences

Zij zit meestal aan de keukentafel te lezen.
She usually sits at the kitchen table reading.
We hebben gisteren lang in de auto gezeten.
Yesterday we sat in the car for a long time.
Morgen zullen we naast elkaar zitten.
Tomorrow we will sit next to each other.

Conjugation 5 tenses · irregular forms in gold

present tensesimple pastpresent perfect
ikzitzatheb gezeten
jijzitzathebt gezeten
hij / zijzitzatheeft gezeten
wijzittenzatenhebben gezeten
julliezittenzatenhebben gezeten
zijzittenzatenhebben gezeten
past participle gezeten
imperative zit

Expressions with zitten

Remember zitten for good. ripiti brings the word back just before you forget it, with these sentences. Free, no account needed, works offline.

practise zitten in ripiti