Olandese · verbo

geven

dare

● irregolareverbi · serie 2

Frasi d'esempio

Zij geeft elke week Spaanse les aan kinderen.
Dà lezioni di spagnolo ai bambini ogni settimana.
Hij heeft haar gisteren een mooi cadeau gegeven.
Ieri le ha dato un bel regalo.
Morgen zal ik je het boek geven.
Domani ti darò il libro.

Coniugazione 5 tempi · in oro le forme irregolari

presentepassato semplicepassato prossimo
ikgeefgafheb gegeven
jijgeeftgafhebt gegeven
hij / zijgeeftgafheeft gegeven
wijgevengavenhebben gegeven
julliegevengavenhebben gegeven
zijgevengavenhebben gegeven
participio passato gegeven
imperativo geef

Ricorda geven per sempre. ripiti fa tornare la parola poco prima che tu la dimentichi, con queste frasi. Gratis, senza account, funziona offline.

esercita geven in ripiti