Duits · werkwoord

retten

redden

werkwoorden · set 28

Voorbeeldzinnen

Der Feuerwehrmann rettet das kleine Kind.
De brandweerman redt het kleine kind.
Er hat dem Hund das Leben gerettet.
Hij heeft de hond het leven gered.
Wir müssen die Bücher vor dem Wasser retten.
Wij moeten de boeken voor het water redden.

Onthoud retten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen retten in ripiti